| Home | Afrika | Azië | Europa | Noord-Amerika | Oceanië | Zuid-Amerika |  
 
Brazilië
Foto's
Reisverslag
Reisverslag 2
Reisverslag 3
Reisverslag 4
Reisverslag 5

 
Home > Zuid-Amerika > Reisverslag Brazilië


,,Hee homo’s!” Het weerzien in Rio de Janeiro was al even emotioneel als het afscheid tien dagen eerder. Voor plechtigheden was dan ook geen tijd: we moesten elke plek in deze stad die ook maar een béétje de moeite waard was bezoeken, en wel binnen een week.

Omdat Song en ik een dag eerder arriveerden, konden wij alvast een begin maken met de activiteiten. Alles mocht, op één voorwaarde: Sjef en Mike mochten er nog niet geweest zijn. Eigenlijk bleef dus alleen het Maracana-stadion over, dat hadden zij twee maanden eerder al gezien. En omdat ons hostel een trip naar een voetbalwedstrijd (in een kleiner stadion) regelde, pakten we die ook maar gelijk mee. Twee beschrijvingen: één voor de voetbalhater en één voor de voetballiefhebber.

Voor de voetbalhater: De wedstrijd was leuk. Het Maracana was mooi. Verder lezen onder het kopje ‘Cristo redentor’.

Voor de voetballiefhebber: In een busje werden we vervoerd naar de wedstrijd Fluminense – Juventude. Een redelijk affiche (nummer vier tegen nummer elf) en er was dan ook aardig wat animo voor. We werden vergezeld door zes Italianen die alle kledingvoorschriften van de GGD (geen dure sieraden, nette kleren of horloges) aan hun laars lapten. De heren zagen er piekfijn verzorgd uit en maakten de reisleider helemaal gek door onder meer te beweren dat Pelé een overschatte speler was. De partij zelf was niet geweldig, slechts de lokale held Petkovic zorgde voor wat hoogtepunten. Ook hij kon echter niet voorkomen dat Fluminense met 1-2 verloor. Dit tot groot ongenoegen van de supporters, die de spelersbus met slippers en bierblikjes bekogelden.

De tour door het Maracana stond een dag later op het programma. Met recht een legendarische plek: ooit bekeken hier 200.000 man een duel tussen het thuisland en Uruguay. Ook maakte Pelé hier zijn duiendste doelpunt en traden onder meer de Rolling Stones, Madonna en de paus hier op. Uiteraard maakten wij van de gelegenheid gebruik om onze logge zweetvoeten in de voetsporen van Pelé te plaatsen. Voor hem waarschijnlijk een nog grotere eer dan voor ons.

Cristo redentor
Jezus, de VerlosserOftewel het Christusbeeld dat hoog boven de stad uittorent. Misschien wel het bekendste highlight van Rio en tevens de eerste plek die wij met zijn vieren bezochten. Mike had voor dit grote moment al maanden wakker gelegen, dit was met recht zijn dag. Vorig jaar in Thailand hadden we al geleerd wat níet de bedoeling is bij een heilig beeld. Lachen en wijzen naar een heilig beeld is niet netjes, evenals boeren bij een heilig beeld of een schoppende beweging maken naar een heilig beeld. Ook een heilig beeld over de bol aaien wordt meestal niet gewaardeerd.

Dus gedroegen we ons als keurige toeristen en wachtten we rustig op onze beurt om foto’s te maken. En die waren absoluut de moeite waard. Voor Mike was dit een kippenvelmomentje, wie goed oplette kon zelfs een traantje van emotie langs zijn wang zien biggelen. Sjef was overigens van mening dat het niet lang meer kon duren voor het monument zou worden afgebroken en vervangen door een dertig meter hoog beeld van Ronnie Vlaar. Want, zo legde hij uit aan een oud Braziliaans vrouwtje, Ronnie Vlaar mag dan wel voor een jeugdcontract bij AZ spelen, ook de jeugdspelers worden hier uitstékend betaald. En meneer Vlaar heeft dat contract met zijn volle verstand getekend en kan dus niet als een klein kind gaan lopen klagen als een andere topclub dan AZ interesse toont. De heren voetballers worden sowieso uitstékend betaald voor hun diensten en horen zich dan ook honderdtien procent in te zetten voor de vereniging. Bovendien zou het ook niet netjes zijn tegenover de suporters – die uitstékend betalen voor een kaartje – om midden in het seizoen naar een andere topclub dan AZ te gaan. (Of de vrouw het hier mee eens was, werd niet helemaal duidelijk. Het zou kunnen dat ze niet zo’n grote AZ-fan was als Sjef).

Copacabana en Ipanema
De stranden van Rio halen het niet bij dat van Wijk aan Zee, maar mooi zijn ze zeker. Uit de Footprint-reisgids maakten we op hoe je eruit moet zien als een Carioca, een inwoner van de stad. Met een ballenkneller (Song), een foute zonnebril en teenslippers (Sjef) kwamen we alvast een heel eind. Ook een witte poedel hoorde volgens onze informatiebron tot de uitrusting, alleen wisten we niet zeker of dit ook voor mannen geldt, of alleen voor de vrouwen. Omdat we twijfelden, moest Mike maar een halsband om en als witte poedel fungeren. Zo zagen we er samen tenminste uit als een échte Braziliaan. Het flaneren langs de witte stranden vormde ons ochtendprogramma, ’s middags was het culturele centrum van de stad aan de beurt. In de uit ons hostel (een klotehostel was het, maar dat terzijde. Zeven keer onze schoen gezet, zelfs geen pepernoot erin teruggevonden!) gestolen gids van Rio stonden een paar uitgebreide wandelroutes door het centrum beschreven. Vreemd genoeg was het ‘gaspedaal-Dorant’ die op het idee kwam de benenwagen te nemen. Een route van drie uur leidde ons langs de nodige architecturele hoogtepunten (waaronder een kathedraal in de vorm van een piramide) en een muziekmarkt.

Natuurlijk sloeg Song hier weer toe, hij wist het klassieke U2-album ‘Rattle and hum’ op de kop te tikken. Voor een goede prijs natuurlijk, want daarvoor is alles te koop. Behalve Ronnie Vlaar dan, want die blijft zijn kunsten gewoon in Alkmaar vertonen. Waar hij overigens uitstékend betaald wordt, zeker voor een speler met een jeugdcontract. En de kreet ‘tetereteéé, Ron-nie Vlaar’, die hoor je buiten Alkmaar ook niet. Een uitstékende kreet overigens.

Een museum, ook van architect Oscar NiemeyerNiteroi
Het door Oscar Niemeyer ontworpen museum voor de moderne kunst ligt in de wijk (of stad) Niteroi. Dit stadsdeel, door ons meteen omgedoopt tot ‘Ruud’ (van Nistelrooij), was de bestemming op dag drie. Ruud herbergde een aardige tentoonstelling, maar vooral het gebouw zelf is bijzonder. Een half boven het water hangend museum, je zal het in Nederland niet snel tegenkomen.

Van het eigenlijke plan om ’s middags de Pao de Acucar, de suikerberg, te bezoeken, kwam niet veel terecht omdat we bleven steken in een shoppingmall. Wat was namelijk het geval? Omdat ik zo handig was geweest om een paar dagen eerder Song zijn telefoon te verliezen, moest er een nieuwe aangeschaft worden. Kwestie van een paar minuten? Niet in Brazilië. Paspoortnummer, geboortedatum, bloedgroep, naam van de huisdieren, alles moest worden opgegeven. Twee uur frustratie (en tranen van het lachen bij Sjef en De Witte Poedel) kostte het, en toen werkte het toestel nog niet. Pao de Acucar was daarmee van de baan. Het was Ronnie Vlaar overigens zeker niet overkomen, om zich als een klein kind te kakken te laten zetten. Ronnie Vlaar is namelijk een bikkelharde kerel, met een prima wedstrijdmentaliteit. Daar wordt hij door zijn club AZ dan ook uitstékend voor betaald, ook al speelt hij nog op een jeugdcontract.

Filmfestival
Op dag vier dan naar de Pao de Acucar? Nee, dit keer was het de regen die ons van de berg weghield. Aangezien we slechts één roze poncho (serieus, is dit nou een foto waard? En ziet dit er nu écht uit als een roze reuzencondoom?) beschikbaar was, moesten we maar voor wat indoor-activiteiten gaan. Sjef wilde graag naar de grote bibliotheek. Een uitstékend idee, alleen verstonden we weinig van onze onverstaanbaar Portugees murmelende gids. Song wilde graag naar het filmfestival, wat natuurlijk ook een uitstékend idee was, ook al draaiden zijn eigen meesterwerkjes ‘Nasi’ en ‘The quiet one’ niet. Helaas bleek de kwaliteit van de overige inzendingen niet geweldig, of gewoon zeer beroerd. Afghaanse en Singapoerese bagger en ook twee heel matige inzendingen uit Nederland. Sjef had graag nog een film gezien met alle doelpunten van Ronnie Vlaar, maar dat zat er niet in. Een uitstékende speler overigens, Ronnie Vlaar, die volgend seizoen ook prima op zijn plaats zal zijn in het Kooimeer Plaza. Een stadion overigens, waar Sjef eenmaal in Nederland meteen met de taxi naartoe wilde rijden. Vader en moeder konden nog wel een dagje wachten.

Pao de Acucar en... Porcao!
De zaterdag, onze laatste dag in Rio en de laatste van Sjef en De Witte Poedel en Brazilie, moest de grote klapper worden. En – het zat ons mee – het zonnetje stond weer eens aan de hemel. Eindelijk konden we dus naar de suikerberg, om onze favoriete James Bond-film na te spelen. In ‘Moonraker’ is een bloedstollend gevecht te zien op de kabelbaan halverwege de berg. Dat zat bij ons dan weer niet bij de prijs inbegrepen, maar het uitzicht over de stad was geweldig. Rio bij zonsondergang, het is een onvergetelijke ervaring.

Zonsondergang in Rio de Janeiro

Het laatste avondmaal van Sjef en Mike vond plaats in Porcao, de vreetschuur van de sterren. Het concept van onbeperkt vlees eten voor een vast bedrag vonden niet alleen wij geweldig, maar ook Pelé, Romario, Ronaldo (uiteraard) en een hele rits andere sterren. Mike presteerde het onmogelijke, door ruim 40 euro uit te geven in een Braziliaans restaurant. Ter vergelijking, normaal waren we een eurootje of acht kwijt voor een maaltijd. We eindigden Rio in een sjieke club in een sjieke wijk, waar we om half zeven ’s morgens de tent uitgezet werden. Mike was zich weer schandalig aan het misdragen in deze tent. Hij zal het zelf nooit toegeven, maar zijn optreden leek verdacht veel op het door Song gecreëerde bananen-incident in Salvador. Al met al echt een tent voor ons, hoewel wel wat prijzig. Misschien was Ronnie Vlaar hier daarom nog meer op zijn plaats geweest. Want hij mag dan bij AZ voetballen op een jeugdcontract, ook de jeugdspelers worden in Alkmaar uitstékend betaald. Daar mag meneer Vlaar dus absoluut niet over mopperen.

Foz do Iguacu
Na Mike en Sjef op het vliegveld te hebben gezet, brak ook voor mij het laatste deel van de reis aan. Het laatste, maar zeker niet het minste. Als kleine jongen heb ik in Afrika eens de Victoria-watervallen mogen eenschouwen, een stukje fantastische natuur. Jammer genoeg kan ik me er weinig meer van herinneren, misschien dat G. op dit gebied een beter geheugen heeft. De Foz do Iguacu, aan de grens met Argentinië, gaven mij opnieuw de kans één van de grootste watervallen van de wereld te bezoeken. En, tja, ze waren inderdaad schitterend. Het spektakel begint nog met wat laffe straaltjes, maar naarmate je verder loopt barst het geweld echt los. Vooral de ‘Devil’s throat’ zijn erg indrukwekkend, hier houdt de bezoeker het niet droog. Hier begon Song echter wat tegen te stribbelen: ,,Dan wordt m’n broek nat!” Na een stevige reprimande trok hij toch maar Sjef’s (totaal niet waterdichte) regenjas aan en ging op pad. Song zou later nog toegeven de watervallen weinig indrukwekkend te vinden, de barbaar! Hoe kan het toch dat iedereen die op reis gaat een coole Aziaat mee heeft, maar dat wij twee maanden zaten opgescheept met zo’n verlepte Koreaan?

De Itaipu-dam is volgens de Brazilianen één van de zeven wereldwonderen van de moderene tijd, maar wij vonden er minder aan. Een kolossaal bouwwerk is het, maar, ook omdat de sluizen niet openstonden toen wij er waren, écht spectaculair vonden we het niet. Het schijnt dat je van het beton dat bij de bouw gebruikt is 220 keer het Maracana-stadion kunt bouwen en dat het metaal goed is voor 380 Eiffeltorens. Misschien hadden ze dat dan maar moeten doen, want een paar honderd Eiffeltorens op een grasveldje is ook wel een aardig gezicht.

Foz, het hoogtepunt van de vakantie

Al met al was Foz een prima afsluiting van een vakantie die zeer de moeite waard was. Het is aan Song om zijn laatste drie weken vol te schrijven, te beginnen vanuit Paraguay en zijn hoofdstad AsunSong. Wat daar te zien is? Dat weet hij niet. Of ze aan de grens moeilijk doen? Geen idee. De Paraguayaanse munteenheid? Ehm... Gevaarlijke epidemieën? Vast wel. Succes ermee Song. Voor mij is het tijd om het land van shopping malls, Carlitos Tevez en onbeperkt vlees eten te verlaten. Misschien maar goed ook na ruim 216 transporturen: 20 uur met het vliegtuig, 171 uur met de lange afstandsbus, 10 uur met de buggy, 8 uur met de taxi, 3 uur met de boot, 3 uur met de stadsbus, 1 uur met de kano, 15 minuten met de kabelbaan en 15 minuten met de tram. En ach, het land van Lange Frans & Baas B, Ruysdael en vier graden onder nul is ook zo gek nog niet. Oh ja, en het land van Ronnie Vlaar natuurlijk.

 
Uitgelicht
| 1 | 2 | 3 | 4 | 5 |
| Bezochte landen | Reismascotte | Specials | Favoriete sites | Linkpartners | Gastenboek | Contact |

Tekst en foto's © Jelger van Weydom