|
Home > Zuid-Amerika
> Reisverslag Ecuador
Quito mag dan door velen aangeraden worden om Spaans te studeren, de mooiste stad van Ecuador is het absoluut niet. Afgelopen weekeinde was ik in Cuenca en ik vermoed dat die plaats meer in aanmerking komt. Niet al te veel auto’s, allemaal leuke gebouwtjes met fotogenieke koepeltjes en een gezellig parkje in het centrum. En: hier komt de befaamde Panama-hoed vandaan, zo’n fraai wit exemplaar met een zwarte rand. Niet dat ik hem ooit zal dragen, maar dat vond ik toch een mooi souvenir om mee te nemen.
In Cuenca was ik nog immer met Ilse en Geert en Rachelle en die laatste twee bleken de Inca-trail niet geweldig verteerd te hebben. Geert klaagde over pijn in elk lichaamsdeel tussen schouder en tenen en weigerde op het laatst zelfs het hostal te verlaten. Rachelle klaagde zelfs nog wat meer, maar het koppel heeft vijf dagen om Quito te bereiken voor de thuisvlucht. Zelfs met weigerende lichaamsfuncties zou zo’n ritje van een paar uur geen probleem mogen zijn.
Na Cuenca stond voor ons Puerto Lopez op het programma. Niet omdat dat ingeslapen vissersgehucht zo bijzonder is, maar omdat het vlakbij Isla de la Plata ligt. Dit eiland staat ook wel bekend als Poor Man’s Galapagos, omdat je een hoop dezelfde dieren ziet voor een eurootje of duizend minder. Voor mij een ideale kans om voor een dubbeltje op de eerste rij te zetten en wat mensen naar mijn site te lokken die via google de zoekterm ‘Galapagos’ gebruiken. Vet en/of onderstreept schijnt nog beter te werken. Komt ie: Galapagos. Galapagos.
Eenmaal op de boot naar het eiland diende ik nog als tolk op te treden ook. Met mijn twee weken Spaanse les bleek ik de enige aangewezen persoon om een groep Denen en een Canadees uit te leggen wat onze gids nu precies zei. Zo lukte het me bijvoorbeeld om duidelijk te maken dat wanneer je in de boot over je nek gaat, het niet beleefd is het dat in het gezicht van iemand anders te doen. Altijd handig om te weten.
Op het eiland bleek inderdaad flink wat leven te huizen. Wat vogels met rode kelen, die fregatbirds heten en verder de blue footed boobies, gekke beesten met (de naam zegt het al) blauwe voeten. En laat dat nu net een google-zoekterm zijn die nog meer mensen ten onrechte naar mijn site kan lokken. Nog een keertje dan: boobies. Boobies. Boobies.
Als doorgewinterde en – volgens sommigen – cynische reiziger sla ik niet zo snel meer een kreet van verwondering. Toch kon ik die even buiten de kust van het eiland niet onderdrukken. Isla de la Plata is namelijk een prima plek om walvissen te spotten, bultruggen in dit geval. Een dier maakte een achterwaartse salto op hooguit vijftig meter van de boot, een werkelijk schitterend gezicht. Die kreet werd al snel gevolgd door het nodige gevloek, want het lukte me – hoewel alles midden in beeld gebeurde – niet om tijdig af te drukken. Toen de gids meldde dat we de walvissen niet meer mochten storen probeerde ik hem nog op Filippo Inzaghi-achtige wijze duidelijk te maken dat we nog even moesten blijven, maar hij liet zich niet vermurwen. De uiteindelijke foto (bovenaan de pagina) was redelijk, maar het had zoveel mooier kunnen zijn.
Inmiddels weigert Ilse nog langer met mij verder te reizen (ze moet de trein naar Zwolle halen of iets dergelijks onbenulligs) en ga ik op zoek naar nieuwe medereizigers. Tot zover Ecuador, als alles volgens plan verloopt komt de volgende update uit het buurland.
 |