| Home | Afrika | Azië | Europa | Noord-Amerika | Oceanië | Zuid-Amerika |  
 
Namibië
Foto's
Reisverslag

 
Home > Afrika > Reisverslag Namibië


De reis gaat vandaag naar de Fish River Canyon, wat Mike het 'Namibische equivalent' van de Grand Canyon zou noemen. Onze medereizigers lijken ook gesloopt door de lange rit van gisteren met de daaropvolgende nacht. De meesten staan compleet op instorten. Behalve Carlijn dan, die de hele rit uit de Lonely Planet voordraagt. Ze weet precies hoeveel inwoners Namibië heeft, hoeveel inwoners de hoofdstad heeft, wanneer het voor het laatst geregend heeft, hoeveel geiten er per vierkante kilometer rondlopen en wat de meisjesnaam is van de grootmoeder van de president. Heel irritant allemaal.

Tijd voor een biertje bij de Fish River CanyonDe canyon bereiken we tegen het eind van de middag, zodat we de fraaie zonsondergang kunnen bekijken. Fotospecialist Mo geeft me allemaal handige tips om goeie plaatjes te schieten, maar ze mislukken bijna allemaal. Te donker, te licht, bewogen, Sjef in beeld, telkens gaat er wel iets mis. Mo's uitleg over de heilzame combinatie van sluitertijden en lage diafragma's heb ik nog niet helemaal onder de knie.

Als het helemaal donker is geworden gaan we met gierende banden terug naar de camping, waar Elbie inmiddels een maaltijd voor ons heeft bereid. Ze is jarenlang kok geweest en dat is te proeven. Het eten dat ze ons voorzet is prima binnen te houden met wat Windhoekjes. Zonder ook trouwens.

Sesriem
Dag 6 is niet zomaar een dag, het is de dag dat Sjef 26 is geworden. Om dit heuglijke feit te vieren besluit ik hem samen met Mike en Song een shirt van de Duitse voetballegende Gerd Müller cadeau te doen. Met alle doelpunten (14) erop die hij tijdens WK's scoorde, inclusief die tijdens de finale van 1974. Als Sjef hier meteen mee gaat paraderen, levert dit begrijpelijkerwijs wat agressieve reacties op van de medereizigers. Tim komt dreigend dichtbij met zijn aansteker en bij de geboren Duitser Daan Schmitz komt het stoom uit zijn oren. Hij mag dan Duitse ouders hebben, omdat hij zijn vader altijd over de WK-finale heeft horen doorzeuren heeft hij een enorme hekel aan alles wat uit ons buurland komt. ,,Ik begrijp het niet'', is zijn meest gehoorde commentaar op het shirt.

Zeer noemenswaardig is nog onze tussenstop in het gehucht Solitaire. Tot drie jaar terug was hier helemaal niets, tot de Nederlandse filmproducent Ton van der Lee hier neerstreek. Hij bouwde een camping, restaurant en een hotelletje midden in de woestijn. En, het moet gezegd, de appeltaart smaakt uitstekend!

De zandduinen in de Sossusvlei schijnen de oudste ter wereld te zijn. Het is dan ook een compleet raadsel waarom we ze per sé bij zonsopgang moeten bekijken. Om een uurtje of tien zullen ze er toch ook nog wel liggen? Maar goed, onze argumenten worden genegeerd en om half vijf rollen we vloekend onze tent uit. Na een busritje van een half uur worden we losgelaten op Dune 45, een imposante zandheuvel van zo'n tweehonderd meter hoogte. 'Doen we even', is onze eerste enthousiaste gedachte. Dat blijkt al snel tegen te vallen. In het zand zak je bij iedere stap tot je knieën weg en de top is een stuk verder dan we aanvankelijk dachten. Zuchten komen we uiteindelijk boven, in het spoor van een groep Italianen. Tijd voor wat mooie fotootjes.

Zonsopgang in vijf stappen

Na de wat merkwaardige lunchtijd van een uurtje of tien maken we kennis met Bushman. Hij is onze gids tijdens de wandeling die we door het dode gedeelte van de woestijn gaan maken. De man blijkt een ware tovenaar: hij kan verlepte planten tot leven wekken, sprekend een hagedis nadoen en spinnen vangen door met zijn hand door het zand te graaien. De excursie levert, zoals bijna alles toe nu toe, weer mooie beelden op. Om een uurtje of zeven 's avonds zit iedereen er helemaal doorheen. Ons plan om deze avond eens goed te gaan comazuipen valt opnieuw in het water, helemaal omdat we 's middags een zeer vermoeiend potje voetbal spelen.

Voetballen op een matige grasmat

Swakopmund
Na vijf nachten in een weinig comfortabele tent, worden we nu beloond voor onze ontberingen. In Swakopmund, een badplaats vol Duitse immigranten die verder in het totale niets ligt, mogen we slapen in een bungalow! We kiezen weer voor dezelfde huisjesindeling als in Kaapstad, op voorwaarde dat Mo zijn wekker deze keer uit laat. Het zesde bed wordt ingenomen door chauffeur Wijnand, die door Elbie uit haar huisje is gezet. We ontdekken snel waarom: op het gesnurk van Wijnand zou een troep volwassen Afrikaanse olifanten jaloers zijn. Gelukkig zijn we nog moe van het stappen, want in Swakopmund waren er eindelijk fatsoenlijke kroegen. Het comazuipen verloopt redelijk, maar we worden er wel gigantisch uitgezopen door de Groningse sloeproeister Debbie. In een moordend tempo giet zij samen met drinkerzusters Moniek en Marie-Jeanne een flinke voorraad sterke drank naar binnen. Ondertussen verslaan zij drie kerels met sterk nazistisch uiterlijk aan de pooltafel. Ook Dion blijkt op drinkgebied tot de buitencategorie te behoren. Hij drinkt geen bier, maar heel veel wodka cola. Indien nodig zonder cola.

Ons zaalvoetbalteam Oase is overal te vindenSwakopmund staat wel bekend als de adrenalinehoofdstad van Namibie en daar wil iedereen gebruik van maken. De een wil sandboarden, de ander uit een vliegtuig springen en weer een ander quadbiken. Geweldig inspirerend allemaal, maar Sjef en ik willen gewoon uitslapen. En dat doen we dan ook, voor het eerst deze vakantie. Als we eenmaal ons bed zijn uitgerold flaneren we samen met Govert over de boulevard en besluiten we bij het Brauhaus te gaan lunchen. Het blijkt een geweldige Duitse tent te zijn. Als drinken hebben ze alleen bier en koffie zonder meld en de ontbijtkeus is beperkt tot ei met spek of ei zonder spek, maar de aankleding is geweldig. 's Middags hebben we tijd voor wat sightseeing. Namibië blijkt grote artiesten te herbergen als Jak de Priester en Kurt Darren. Terwijl wij uitgebreid op de foto zetten, komen we Mo tegen. Hij is net uit het vliegtuig gevallen en maakt een wat gespannen indruk. ,,Egt ghaaf, zoo'n sprongh uit het vlieghtuigh'', ratelt hij in dat fraaie Limburgse accent van hem.

Met zijn drieën (Govert liet ons achter om ook een vrije val van vijf kilometer te gaan maken) bezoeken we 's middags Mondeza, de sloppenwijk van Swakopmund. Onze taxichauffeur heeft eerst geen idee waar we heen willen, maar nadat hij wat navraag heeft gedaan blijkt hij zelf in deze buurt te wonen! Merkwaardig, maar de tour die hij ons vervolgens aanbiedt is meer dan de moeite waard. Dit is nog eens echt bij de mensen in huis komen. Na een enerverend dagje eindigen we de dag met een gigantische schnitzel en een drinksessie in Rafter's Bar. Ook hier zijn Debbie en Dion de grote winnaars van de avond, op de voet gevolgd door campingaso's Tim en Roy. Ook toekomstig dokter Kevin (hij gaat na de vakantie stage lopen in Malawi) maakt een gretige indruk en laat zich de Windhoekjes goed smaken.

Desert Camp
Elbie liet ons de keuze: wilden we zes uur extra in de bus zitten voor wat oude rotstekeningen, of uitslapen en de kortste weg naar het noorden? Murw van de lange ritten die we al achter ons hebben, kiest iedereen voor de tweede optie. Halverwege de middag komen we aan bij Cape Cross, waar de grootste zeeleeuwenkolonie ter wereld is gevestigd. Tienduizenden van deze stinkende beesten liggen de hele dag niets te doen op wat stapels rotsen. Het kabaal is overweldigend, maar de stank valt enigszins mee. Sjef houdt het echter snel voor gezien en zit als een van de eersten weer in de bus: ,,Weet je hoe koud het is, ouwe?''

De ultieme uitdaging voor de ware avonturiers volgt deze avond. We overnachten midden in de woesten. Er is geen bar, geen wc's en douches, slechts leegte. Sjef en ik zijn inmiddels zeer bedreven in het opzetten van onze tent en weten het apparaat ondanks meerdere sabotagepogingen van Kevin als eerste neer te klapperen. Dat heeft als voordeel dat we ook vooraan staan als Elbie het eten uitdeelt. Daar zijn we namelijk erg over te spreken. De pasta's, potjes kos en gebraden kippen gaan ons nog lang niet vervelen. Het zand in de tent overigens wel. Misschien morgen maar eens de bezem erdoor halen…

Etosha
Vandaag mogen we wederom plaatsnemen in de truck om een lekker stuk te rijden. En het zal niet voor de laatste keer zijn, want de 7200 kilometer die we deze reis moeten afleggen hebben we er nog lang niet opzitten. Sterker nog, we zijn nog niet eens halverwege. Files zijn er niet in Namibië, maar toch rijdt Wijnand niet al te hard door de woestijn. Eerder deze vakantie reed hij al een vogel aan, sindsdien zit hij als een oud wijf achter het stuur. Maar goed, Wijnand heeft zijn rijbewijs dan ook voor 150 rand gekocht bij een of ander doe-het-zelfzaakje. In elk geval bereiken we pas bij schemering het wildreservaat van Etosha. Elbie geeft ons geen tijd om de tenten neer te zetten, we mogen hup de truck weer in voor een gamedrive. Laat de olifanten, leeuwen en giraffen maar komen.

Na een uurtje ontdekken we echter dat Wijnand het gamedriven niet zo in de vingers heeft. We zien wat olifanten aan de horizon en een enkele laffe giraffe, plus wat springbokjes die niemand echt interessant vindt. Behalve Martijn dan, de medereiziger met de grootste camera. Hij hangt zijn volautomatische wapen bij elk dier groter dan een insect direct uit het raam. Proffotograaf ben je tenslotte 24 uur per dag. Een illusie armer gaan we terug naar de camping, waar we in het donker nog even bij de waterplaats gaan kijken. Deze is wel erg fraai: een troep olifanten neemt hier op nog geen twintig meter afstand een bad.

Op onze tweede dag in Etosha vond Wijnand het nodig om een ochtendgamedrive te doen. Het leek ons meteen al een slecht idee en dat komt al snel uit. Als je om vijf uur je bed uitgetrommeld wordt, verwacht je toch iets meer dan anderhalve verlepte zebra en een lamme struisvogel. Lekker, Wij-nand! We zien nog wel de oren van een leeuw, die op grote afstand onder een boom ligt te slapen, maar ook dat is weinig spectaculair. Bij de giraffe die we zien grist Carlijn meteen de Lonely Planet tevoorschijn. Even opzoeken wat dit ook alweer is: ja… inderdaad… gi-raffe! Elbie heeft nog een leuke wetenswaardigheid voor ons in petto: deze dieren kunnen niet langer dan een minuut met hun nek naar beneden staan. Daarna krijgen ze te weinig zuurstof in hun hoofd en ontploffen de hersenen. Het blijven rare dieren.

De waterpoel van Etosha

Terug op de camping blijkt dat alle moeite totaal voor niets is geweest. Bij de waterplaats staan nu tientallen springbokken en grote kuddes zebra's en gnoes te drinken. Later komen er nog twee enorme olifanten bij, die de andere beesten snel wegjagen. De gilaffen (want laffe beesten zijn het) bekijken het tafereel angstvallig van een afstand. Het is een zeer imposant gezicht. Een paar uur later komen we op onze volgende camping opnieuw een kudde olifanten tegen, nu zo mogelijk nog dichterbij dan de vorige groep. De juiste tactiek in Etosha is ons snel duidelijk geworden: laat alle gamedrives links liggen en ga de hele dag met een Windhoek bij de waterplaats zitten.

Waterbergplateau
Het programma van de laatste dagen - en de komende dagen - ziet er wat eentonig uit. Early wake-up, early wake-up en early wake-up. Met frisse tegenzin staan Sjef en ik dan ook voor de zoveelste keer rond zonsopgang op om onze tent af te breken. Na een opnieuw uitstekend ontbijt (zorg altijd dat je een Elbie bij je hebt op vakantie) zetten we koers naar het Waterbergplateau. Onderweg maken we nog een geweldige foto. Sjef beweert al jaren dat hij zo'n goede techniek heeft dat hij drie man dolt in een telefooncel. Rechts op de pagina (onderste foto) vind je het bewijs.

We komen na de lunch aan in Waterberg en eenmaal op de camping besluiten we het gebergte te gaan beklimmen. We nemen Mighty Mo mee als gids en gaan op pad. Dit blijkt al snel een beroerd idee, want Mo stuurt ons keer op keer de verkeerde kant op. Ondanks een vertraging van drie kwartier bereiken we als eersten de top van het plateau. Ik heb besloten mijn camera maar eens thuis te laten, dus Sjef grijpt zijn kans om zijn talent als fotograaf te bewijzen. Het lukt aardig, hoewel ook hij de tips van fotograaf Mo niet helemaal begrijpt. Wel ontdekt Sjef de 'florastand' op zijn toestel. ,,Dan wordt alles veel groener!''

Buitepos
Vrolijke snuiterWe hebben er nu twee weken vakantie opzitten en zijn daarmee officieel op de helft van de vakantie. Om dat te vieren hebben we een lange reisdag in het vooruitzicht, naar de grens van Namibië. In Buitepos worden we persoonlijk welkom geheten door de campingeigenaar, die verder toch geen gasten heeft. Op de camping zit een cheetahfarm, waar 's avonds een luipaard en een viertal cheetah's gevoerd worden.

Daarna staat een optreden van de bosjesmannen op het programma, de klassieke Afrikaanse zang en dans. Hoewel we bij de authenticiteit wel onze vraagtekens hebben. Het zou ons niets verbazen als deze profbosjesmannen na hun voorstelling hun toeristendollars bij elkaar rapen en in een luxe bolide naar huis rijden. De andere optie is dat de campingeigenaar alles zelf houdt en dankzij deze artiesten slapend rijk wordt.

 
Uitgelicht
| 1 | 2 | 3 | 4 | 5 |
| Bezochte landen | Reismascotte | Specials | Favoriete sites | Linkpartners | Gastenboek | Contact |

Tekst en foto's © Jelger van Weydom