| Home | Afrika | Azië | Europa | Noord-Amerika | Oceanië | Zuid-Amerika |  
 
Paaseiland
Foto's
Reisverslag

 
Home > Zuid-Amerika > Reisverslag Paaseiland


Zo ongeveer ieder reisverslag dat ik over Paaseiland gelezen heb, en dat waren er best een aantal, begint op dezelfde manier. Wie het eiland heeft ontdekt, wanneer dat was, hoe en waarom, hoeveel van die gekke beelden er staan en hoe die daar precies gekomen zijn. Zonder al die andere verhalen af te willen kraken: het overschrijven van Wikipedia is wel zo ver-schrik-ke-lijk saai en inspiratieloos. Wie al die feitjes wil weten gebruikt maar een zoekmachine op internet. Met de naam 'Jacob Roggeveen' zit je al een eind in de goede richting.

Tijdens het plannen van mijn reis moest ik omwille van mijn budget een keuze maken tussen twee plekken die ik dolgraag wilde zien: Paaseiland en de Galapagos Eilanden. Nu zijn er op de Galapagos ongetwijfeld afwisselender dingen te zien dan een paar honderd stenen hoofden, maar op de een of andere manier heeft Paaseiland me altijd iets meer aangetrokken. Meer afgelegen, specialer, ik weet niet wat het is. Dieren kan ik op andere plekken ook genoeg zien was mijn gedachte.

Vanuit de ene metropool – Santiago – arriveerde ik na een vlucht van ruim vijf uur in de andere: Hanga Roa, de hoofdstad en enige stad op Paaseiland. Behoudens het feit dat Santiago zes miljoen inwoners heeft en Hango Roa drieduizend, zijn de steden redelijk identiek. Eenmaal aangekomen besloot ik dat dit eiland me een mooie gelegenheid bood om weer eens op de fiets te stappen. Een rondje rondom Rapa Nui is een kilometer of vijftig, dus dat was in een dag wel te doen. Ik moest toch een beetje conditie opdoen, anders word ik er de komende weken door Sjef natuurlijk finaal afgefietst in het Argentijnse Lake District.

En ik moet zeggen, het is heerlijk relaxed om hier te rijden. Je wordt slechts af en toe ingehaald door een Aku Aku toeristenbusje, maar hoort verder slechts het geluid van de zee en wat grazende paarden en koeien. Het is eigenlijk alsof je door Limburg fietst, maar dan omringd door duizenden kilometers oceaan en met een extra safari-element. Dat zit hem uiteraard in het vinden van de moai, de reusachtige stenen beelden. Dat is overigens heel wat eenvoudiger dan het spotten van pakweg een leeuw. Moai verbergen zich niet in het struikgewas en zijn van grote afstand te herkennen dankzij tientallen bussen met Japanners. Het is duur om Paaseiland te bereiken, dus zijn er veel Japanners. Volkomen logisch, want volgens mij bestaat er een lineair verband tussen de prijs van een locatie en de hoeveelheid aanwezige Japanners. De moai kon ik dan ook niet missen, hier heb ik een kleintje gevonden:

De Chilenen zijn overigens zuinig op hun beroemde beelden, zoals je bijvoorbeeld kunt zien op het bordje rechts op de pagina. ‘Verboden een moai in elkaar te stampen’ zal dat wel betekenen of iets dergelijks. Dus hoe graag ik ook met stoepkrijt een snor en een bril op zo’n steen wilde tekenen, het mocht niet. Door al die waarschuwingen moest ik terugdenken aan een conversatie die ik in Quito had met medestudent Lars. Om een haardvuur brandende te houden gooide hij toen alles in de vlammen: boeken, tijdschriften, stoelen, zelfs een paardenschedel. Tot er in de kamer alleen een Bijbel was overgebleven. ,,Die zou ik nooit in het vuur kunnen gooien’’, verduidelijkte hij. Zo’n vorm van respect was hier ook ongeveer terug te vinden, behalve dan bij de immer aanwezige mensen die hun peuken zonodig in het gras moeten smijten. Mijn Ronde van Paaseiland volbracht ik zonder al te veel problemen, hoewel er op de terugweg nog wat pittige colletjes opdoken. Sjef gaat de bietenbrug op, zoveel is wel duidelijk.

De dagen daarna bezocht ik te voet een aantal locaties die ik nog niet op de fiets aangedaan had. Een inactieve vulkaan, fraaie uitzichten over zee, nog wat verdwaalde Moai, erg pittoresk allemaal. De mensen zijn hier bovendien zeer vriendelijk. Noem mij een plek waar een taxichauffeur je een gratis lift aanbiedt? Ik moet wel zeggen dat zes dagen op het eiland wellicht wat veel van het goede is. De hoogtepunten kun je in drie à vier dagen ook wel langsgaan, daarna kom je toch weer op dezelfde locaties uit. Deze kleine kanttekening daargelaten is dit natuurlijk gewoon een hele bijzondere plek. Ik vertrek weer richting Santiago om daar over luttele dagen het laatste deel van mijn reis aan te vangen: Patagonië met Sjef.

 
Uitgelicht
| 1 | 2 | 3 | 4 | 5 |
| Bezochte landen | Reismascotte | Specials | Favoriete sites | Linkpartners | Gastenboek | Contact |

Tekst en foto's © Jelger van Weydom